fatatookay tumblt

Frans persoonlijk wolkboekje

“Was T-slag, moet nog reageren”


JeromIn Wattman was het, denk ik, dat Jerom zijn eerst T-slag gaf. Het effect van de slag was niet meteen te merken, en was ook niet te voorspellen. “Buigen of barsten”, zei Jerom, “weet het nog niet.”

Lees verder

Pleidooi voor een andere oproep

De voorbije dagen klonken weer zware woorden. En terecht. Een jongen is gestorven in Luik, waarbij algemeen wordt aangenomen dat het motief homofoob van aard is. Dat laatste maakt het, naast een verschrikking voor de ouders en nabestaanden, ook een verschrikking voor een maatschappij. Dat iemand tot zo’n motief kan komen, is hallucinant. Alsof je als motief zou aanvoeren dat iemand grijsgroene ogen heeft, of langbenig is.

Maar toch voel ik me niet helemaal gelukkig met de algemene teneur van de reacties die ik hoor. In meerdere interviews hoorde ik immers al klagen over dé homonegativiteit van dé maatschappij, over dé ellende waar je als homo in terechtkomt, over dé angst die je dag aan dag beleeft in deze boze wereld.
Ik wil niks afdoen van de beleving van deze sprekers - wellicht ervaren ze de wereld om zich heen ook echt zo, en misschien leven ze ook in angst - maar ik lees hierin een ontkenning van al die hetero’s en cisgenders die ons wel steunen, en dat betreur ik. De omgeving waarin ik leef, is wel heel positief, op een paar enkelingen na. Het gros van de mensen lacht mij - of ons, als ik met Kim over straat loop - heel lief toe. En hoewel ik me kan voorstellen dat andere mensen dat niet ervaren, wil ik toch mijn buurt en omgeving niet iets verwijten waaraan ze geen deel hebben.
Door van het hele verhaal een treurzang te maken waarin ‘de holebi’ of ‘de transgender’ wordt beschimpt, bespuwd en verguisd door de rest van de maatschappij, dwing je mijn lieve buren in het beklaagdenbankje bij de daders van homo- en transfoob geweld. Terwijl die daar helemaal niet horen. Het wordt dan een verhaal van arme lgbt-ers tegen de rest van de wereld, terwijl de boosdoeners maar een minderheid vormen binnen die rest.
Ik denk dat dit een heel foute aanpak is. De hetero’s en cisgenders die ons steunen, moeten we niet demoniseren, we moeten hen net bedanken omdat ook zij verontwaardigd zijn om de stommiteiten van die geweldplegers. We moeten die geweldenaars geen deel laten uitmaken van de heterowereld, maar omgekeerd duidelijk maken dat ze helemaal niet ‘de heterowereld vertegenwoordigen’. Ze moeten net beseffen dat ze ook door die mensen, die ze als medestanders zien, boos aangekeken worden en echt niet enkel door ‘een handvol nichten en lesbo’s’.

Journalisten zouden dus niet alleen holebi’s aan het woord moeten laten om dat geweld te verketteren, maar ook hetero’s en cisgenders. En wij moeten, wanneer wij aan het woord komen, ook toegeven, en accentueren dat het gros van onze omgeving er helemaal geen probleem mee heeft als we hand in hand in het restaurant binnenstappen, als we over ons lief praten bij de kapper, als we ons huis in Borgerhout buitenkomen. Want ook al is er geweld, en erkennen en veroordelen we dat, we lopen hier heus niet van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat het gevaar op onze dorpel neergeslagen te worden.
Op de pride moeten we uiteraard verdrietig, opstandig en boos zijn om elke uiting van geweld, maar mogen we ook echt wel feesten, vieren en dansen om al die mensen die ons wel steunen. We mogen blij zijn omdat we onszelf doorgaans wel mogen zijn, en omdat zoveel hetero’s en cisgenders mee met ons dat geweld veroordelen. Dan pas veroordelen we het homo- en transfoob geweld als maatschappij, wanneer we toelaten dat hetero’s en cisgenders aan onze kant gaan staan, en we de geweldplegers ook binnen de heterowereld isoleren.
Laten we dus die homo- en transpositieve hetero’s betrekken, bedanken en omarmen. Samen tegen elke vorm van geweld.

“Ooit tekende de tekenaar mij als wezen”, dacht de betonpapegaai, “maar nu ben ik wees.” - Moebius (8 mei 1938 – 10 maart 2012)

“Ooit tekende de tekenaar mij als wezen”, dacht de betonpapegaai, “maar nu ben ik wees.” - Moebius (8 mei 1938 – 10 maart 2012)

“Ooit”, zo had haar moeder beloofd, “leg ik je van naaldje tot draadje uit hoe jij ineen steekt.”

“Ooit”, zo had haar moeder beloofd, “leg ik je van naaldje tot draadje uit hoe jij ineen steekt.”

Zijn er grenzen aan t-termentaal?
Is er een eindterm of t-terminus? 
Gendervrij kan het allemaal.
Elk woord opnieuw bekijken, dus.  
Niet steeds onzijdig of neutraal, 
maar een rijke t-omnibus
voor iedereen, ja, integraal, 
voor broer, voor zus, voor zoer en brus. 
We verbreden ook de genitaal,
want tussenin is doodnormaal.
Ik proef, ik kies en ik bepaal
benoem dus in mijn lichaamstaal
zelf mijn falla of …mijn vaginus. 

Reis door de popmuziek: 1955-1964

Ik ben al een dikke week aan het luisteren naar de 1001 albums die ik volgens Libero moet gehoord hebben voor ik er de brui aan geef. Ik doe dat netjes chronologisch, beginnend in 1955 bij Frank Sinatra, en vandaar verder richting The White Stripes. Af en toe geeft dat maffe effecten, zoals luisteren naar Phil Spectors ‘A Christmas Gift to you’ begin februari. 

Lees verder

[Flash 9 is required to listen to audio.]

Star Wars went Pink!

4 maanden geleden
Op familiefeestjes liet vader zich graag verleiden tot een uitvoerige demonstratie van zijn verdoemenisblik.

Op familiefeestjes liet vader zich graag verleiden tot een uitvoerige demonstratie van zijn verdoemenisblik.

Verzin je een autobio…

Ooit vroeg iemand me of ik een autobiografie zou schrijven. Tenminste, dat denk ik. Net zoals ik denk dat ik toen heb geantwoord dat ik daar echt geen zin in had. Het zou anderen kunnen kwetsen die mij dierbaar zijn, en ik zou ook zelf teveel lijden. Zou ik dan gezegd kunnen hebben. Maar eigenlijk weet ik dat niet.

Lees verder